Project

Coping met borstkanker: onderzoek naar de waarde en de effecten van het aanbod van psychosociale ondersteuning bij borstkankerpatiënten

Looptijd
01-09-2008 → 30-04-2011
Financiering
Middelen door bilaterale samenwerking (privé en stichtingen)
Onderzoeksdisciplines
  • Medical and health sciences
    • Public health care
    • Public health sciences
    • Public health services
Trefwoorden
borstkankerpatiënt
 
Projectomschrijving

De financiering door de VLK van bottom-up-initiatieven voor de psychosociale ondersteuning van borstkankerpatiënten creëert een situatie die hele goede kansen biedt om te onderzoeken welke vormen van psycho-sociale zorg borstkankerpatiënten het meest waarderen. De bottom-upstrategie heeft immers een diversiteit aan initiatieven voor gevolg waarmee patiënten bediend worden die in grote mate vergelijkbaar zijn.
Welke psychosociale zorg borstkankerpatiënten het meest waarderen is niet bekend. Er zijn een aantal pistes die belangrijk zijn, en waarop dit voorgestelde onderzoek verder licht kan werpen.
Zeker niet alle kankerpatiënten willen het liefst formele psychologische hulp krijgen. Uit eerder onderzoek blijkt dat sommigen de hulp van een psycholoog (of maatschappelijk werker) willen vermijden. De reden is hiervoor waarschijnlijk dat deze hulp hun hulpbehoeftigheid in de verf zet, terwijl ze er juist naar streven het "normale leven" weer op te pakken, en het heel belangrijk vinden zich zelf weer in handen te nemen. Zelf uit de chaos opstaan waarin ze door de ziekte terechtgekomen zijn, is blijkbaar heel belangrijk, en daar "therapie" bij een psycholoog hoort daar niet bij. Hoe groot de groep verloop van hun behandeling, en hun psychische en sociale problemen kunnen en passant aan de orde komen. Ze kunnen het wagen er zelf proberen uit te komen; als het niet lukt is er de borstverpleegkundige, en die kan als het moet ook een contact met de psycholoog regelen. Overigens blijkt in het onderzoek van Ronse (weliswaar met een beperkte steekproef) dat wanneer de patiënten in het ziekenhuis zijn, de drempel naar de psycholooh kleiner is. Uit het (eveneens beperkte) kwalitatieve onderzoek naar Eureka deelnemers komt eenzelfde beeld naar voor: de deelnemers vinden de psychosociale ondersteuning (door psychologen gegeve) heel waardevol, maar zouden geaarzeld hebben om deel te nemen als daar het zwaartepunt lag. Het sporten geeft ook daar de psychosociale hulp meer het karakter van "toegift".