Diffuse verliezen van nutriënten zoals fosfor (P) vanuit land- en tuinbouw naar de omgeving vormen één van de voornaamste redenen van te hoge P‑concentraties in het oppervlaktewater in Vlaanderen. Indien in de komende jaren geen significante verbetering van deze P-concentraties optreedt, dreigt de Europese commissie drastische maatregelen op te leggen aan Vlaanderen. Deze maatregelen zouden de rendabiliteit van de Vlaamse land- en tuinbouwsector (verder) in het gedrang kunnen brengen. De land- en tuinbouwsector heeft nochtans een groot economisch belang in Vlaanderen. De gehele sector heeft een eindproductiewaarde van ongeveer 5428 miljoen euro, stelt ongeveer 94500 mensen tewerk en creëert heel wat stroomop- en -afwaartse activiteit (Toelevering, verwerking…). Daar de nodige kennis en instrumenten voor een efficiënter en duurzamer P‑beheer in land- en tuinbouw echter ontbraken, diende het projectconsortium onder leiding van de Universiteit Gent de A-PROPEAU projectaanvraag in bij het VLAIO. Na goedkeuring kon in november 2014 dit project van start gaan.
Dankzij de steun van het VLAIO leidde dit project tot de ontwikkeling van een gedegen kennis en een aantal direct bruikbare tools die toelaten om P efficiënter te gebruiken zonder de land- en tuinbouwsector in het gedrang te brengen. Een eerste ontwikkeling was een rekentool die het toelaat om de P-balans op perceelsniveau door te rekenen. Zo kan de land- of tuinbouwer vermijden om meer P aan te voeren dan dat hij/zij afvoert. Vervolgens werd een beslissingsschema ontwikkeld dat de land- en tuinbouwer toelaat om na te gaan of het inzetten van een minerale P-bemesting al of niet nuttig is. Daarnaast werd ook een rekentool ontwikkeld die toelaat om na te gaan welke organische bemestingen vervangen kunnen worden door het inzaaien van groenbemesters. Zo kan P uitmijning nagestreefd worden, zonder het organisch koolstofgehalte van de bodem negatief te beïnvloeden. Ook werden P-filters ontwikkeld die het mogelijk maken om directe P‑verliezen vanuit drainages van land- en tuinbouwpercelen naar de omgeving drastisch te verminderen. Al deze en andere ontwikkelingen in het kader van het project werden in één beslissingsondersteunend model gegoten. Dit model zal via de proefcentra Inagro, PCG en PSKW publiek ter beschikking gesteld worden.