Project

ArchHiv. Een archeologie van aids in Parijs. Ruimtes, herinneringen en virale sequenties rondom het voormalige hospitaal Claude Bernard.

Acroniem
ArchHIV
Looptijd
01-09-2021 → Lopend
Financiering
Europese middelen: divers
Promotor
Onderzoeksdisciplines
  • Humanities
    • Curatorial and related studies not elsewhere classified
    • Modern and contemporary history
    • Public history
    • Architectural heritage and conservation
  • Medical and health sciences
    • Other health sciences not elsewhere classified
    • Other medical and health sciences not elsewhere classified
Trefwoorden
Aids hospitaalinfrastructuur medische geschiedenis stadsgeschiedenis Parijs
 
Projectomschrijving

Dit project wil de geschiedenis van de HIV-epidemie in Parijs reconstrueren, begrijpen en publiekelijk bediscussiëren, door te experimenteren met een innovatieve onderzoeksstrategie. Het project is gebaseerd op de samenwerking tussen een team van medische historici e (Sciences Po médialab), een team van architecten en architectuurhistorici (vakgroep Architectuur en Stedenbouw, Universiteit Gent) en een team van virologen (INSERM-Hôpital Bichat). In de eerste plaats stelt het project een archeologische benadering voor, die gebaseerd is op onderzoek van de sporen van de epidemie op een specifieke site - het vroegere Claude Bernard-ziekenhuis (porte de la Villette) dat in de jaren 1990 werd afgebroken. Het Claude Bernard-ziekenhuis was een van de belangrijkste plaatsen voor klinisch onderzoek en zorg in de beginjaren van de HIV-Aids-epidemie. Binnen zijn muren werden de monsters verkregen die leidden tot de isolatie van HIV-1 en HIV-2. Het gebouw, dat in het begin van de 20e eeuw werd gebouwd, was volledig ontworpen als instrument voor de bestrijding van besmettelijke ziekten en epidemieën. Na de sloop werd deze geschiedenis uit het stedelijke landschap gewist. Het doel is een onderzoek te combineren naar de geschiedenis van de epidemie, de materiële geschiedenis van de zorg en de architectonische en stedelijke geschiedenis van het ziekenhuis, om onze kennis van de geschiedenis van HIV in Parijs en in Frankrijk te vernieuwen. De archeologische benadering beperkt zich niet (in tegenstelling tot de klassieke historische methoden) tot de "exploitatie" van archieven en getuigenissen die a priori bekend zijn en waarvan de keuze zich inschrijft in klassieke herdenkingslogica's en institutionele logica's. Omdat onze benadering uitgaat van een inventaris van materiële sporen die verbonden zijn met een site, willen we in dit project een deel van het verleden opgraven dat "onbekend" is, bijvoorbeeld omdat het verbonden is met minderheidsgroepen of met verzwegen of ondervertegenwoordigde ervaringen van de epidemieën (zoals niet-medisch personeel in de gezondheidszorg). Ten tweede stelt het project voor om dit perspectief uit te breiden naar een "moleculaire archeologie" van de epidemie, dankzij een moleculaire fylogenieanalyse op basis van HIV-sequenties uit de jaren 1980-1990. Voortbouwend op de grote vooruitgang van de fylogenetische instrumenten, is onze opzet te laten zien hoe virale sequenties nieuwe aspecten van de geschiedenis van de epidemie kunnen onthullen en kunnen leiden tot nieuwe visuele representaties die het sociale "onthullen". Het project experimenteert met een iteratieve aanpak van de samenwerking tussen biologie en sociale wetenschappen: het historische, architecturale en etnografische onderzoek voedt de fylogenetische analyses en omgekeerd. Naast de wetenschappelijke resultaten zal het project leiden tot de conceptie van een publieke tentoonstelling over de archeologie van Aids in Parijs, waarbij de nadruk wordt gelegd op de ervaringen van minderheidsgroepen (inclusief Afrikaanse bevolkingsgroepen) en innovatieve visualisaties van de epidemie, zowel stedelijk als biologisch, die het publieke debat over de geschiedenis en de herinnering aan Aids zouden kunnen vernieuwen.