Project

De rol van 'endoplasmatisch reticulum (ER) stress' en de 'integrated stress response' in de pathogenese van hepatische encefalopathie (HE): onderzoek naar ER stress modulatie als mogelijke therapeutische modaliteit in HE.

Looptijd
01-01-2019 → Lopend
Financiering
Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO)
Promotor
Mandaathouder
Onderzoeksdisciplines
  • Medical and health sciences
    • Other medical and health sciences not elsewhere classified
Trefwoorden
Hepatische encefalopathie
 
Projectomschrijving

Hepatische encefalopathie (HE) beschrijft de verslechtering van de hersenfunctie bij patiënten met acuut of chronisch leverfalen. Deze entiteit, gekenmerkt door cognitieve, gedrags- en motorische tekorten, heeft betrekking op neuronale dood, waarvan de oorsprong onbekend is in HE. Ongeveer 80% van de patiënten die lijden aan levercirrose lopen het risico HE te ontwikkelen, resulterend in hoge morbiditeit en mortaliteit, verminderde kwaliteit van leven en een hoge economische last. Huidige therapieën geven alleen symptoomcontrole en stoppen neuronale schade niet.
Er is voorgesteld dat HE een gliopathie is, verwijzend naar de afwijkende neuronale functie als een secundair effect op astrocytdisfunctie. HE wordt inderdaad geassocieerd met astrocytaire veranderingen, de belangrijkste factor is de accumulatie van ammoniak, die alleen in de hersenen kan worden gemetaboliseerd door astrocyten. Interessant is dat ammoniak is geopenbaard als een stressopwekker voor endoplasmatisch reticulum (ER). Elke aandoening die de ER-functie verstoort, leidt tot een 'ongevouwen eiwitrespons' en een 'geïntegreerde stressrespons', twee cellulaire programma's die gericht zijn op bescherming tegen celdood.
Overmatige stress veroorzaakt echter apoptose en ontsteking. Ons voorbereidende werk in HE toont aan dat neuro-gedragstekorten in HE kunnen worden voorkomen door de ER-stressremmer TUDCA, die zich richt op de hersenen. Het doel van dit project is daarom om ER-stress in de neurogliovasculaire eenheid, met een focus op astrocyten, verder te evalueren en het therapeutische potentieel van ER-stressmodulatie te verifiëren.