Project

Wat maakt ons cognitief flexibel? Een nieuw leerperspectief

Acroniem
CoCoFlex
Looptijd
01-05-2020 → Lopend
Financiering
Europese middelen: kaderprogramma
Onderzoeksdisciplines
  • Social sciences
    • Biological psychology
    • Neuroimaging
    • Psychophysiology
    • Neurocognitive patterns and neural networks
    • Cognitive processes
    • Learning and behaviour
    • Motivation and emotion
Trefwoorden
taakwisselen cognitieve controle executieve functies bekrachtigingsleren associatief leren beloningsleren leren via instructies
 
Projectomschrijving

Menselijk gedrag wordt gekenmerkt door de uitzonderlijke vaardigheid om snel te kunnen veranderen van gedachtenstroom, en te wisselen tussen verschillende taken, vaak ook wel eens "cognitieve flexibiliteit" genoemd. Hoewel de meeste psychologen het eens zijn over welke gedragingen onder deze term vallen, hebben we nog steeds slechts een vaag begrip van wat cogniteve flexibiliteit precies inhoudt. Wanneer we cognitieve flexibiliteit definiëren, worden de onderliggende processen vaak onderscheiden van andere hersenfuncties door ze te contrasteren met eenvoudige vormen van leren. Dit project, echter, start van het idee dat cognitieve flexibiliteit gegrond is in bekrachtigingsleren en associatief leren, en dus gevoelig is aan dezelfde regels dat deze eenvoudige vormen van leren kenmerkt. De eerste twee doelstellingen van dit project zijn dan ook om aan te tonen dat de processen achter cognitieve flexibiliteit kunnen geconditioneerd worden door beloning, en gecontrolleerd door de context. Deze aanpak breekt met traditionele ideeën over cognitieve flexibiliteit die stellen dat het zijn oorsprong heeft in een vaag gedefinieerd, onafhankelijk superviserend systeem. Het staat ons daarom toe om "een grip te krijgen op" cognitieve flexibiliteit, en de onderliggende neurale mechanismen beter te bestuderen. Hiertoe zal een derde doelstelling zijn om de ietwat tegenintuïtieve hypothese na te gaan dat neurale variabiliteit, in controlegebieden van de hersenen, is wat cognitieve flexibiliteit toestaat. Tenslotte zal ik ook deze ideeën toepassen op het klinisch domein. AutismeSpectrumStoornis (ASS) werd reeds gelinkt aan problemen met cognitieve flexibiliteit, maar eerdere studies hiernaar hebben gemengde resultaten opgeleverd. Een vierde doelstelling zal dan ook zijn om deze problemen in ASS beter begrijpen door gebruik te maken van nieuwe paradigmas. Samengenomen hoopt dit project de huidige manier van denken over cognitieve flexibiliteit, alsook cognitieve controle meer algemeen, te herzien, en een paradigmashift te veroorzaken in hoe we de onderliggende neurale processen en problemen in klinische stoornissen zoals ASS nagaan.