Activiteiten ( 0 )
In dit TETRAproject bestond het voornaamste (innovatie)doel erin om verscheidene PFAS behandelingstechnieken ten opzichte van elkaar af te wegen en inzicht te verkrijgen in het inherent verwijderingspotentieel van elke afzonderlijke techniek. Belangrijk in deze analyses is het feit dat de werking van elk van deze technieken op eenzelfde industrieel effluent werd geëvalueerd. Ter evaluatie van de technieken werden vier PFAS componenten geselecteerd (nl. PFBA, PFHxA, PFOA en PFBS). Effectieve afbraak van deze componenten werd onderzocht via geavanceerde oxidatie (AO)- en reductietechnieken (AR). Uit de resultaten kan worden geconcludeerd dat ozonisatie (als AO), als alleenstaande techniek en in combinatie met H2O2 onvoldoende krachtig is om de geselecteerde PFAS (zowel korte- als lange ketens) af te breken. In dit geval werd maximaal 37% verwijdering waargenomen voor de lange keten PFOA, maar de korte ketens bleven onaangetast. Ultraviolet/sulfiet iodide (als AR) bleek dan weer de meest effectieve manier om de gecarboxyleerde PFAS (PFCA) te verwijderen (efficiënties tot 99%). Hierbij werd PFBS, als enige gesulfoneerde component (PFSA), echter slechts verwijderd voor 7%. Een nageschakelde behandeling is bijgevolg vereist om deze component ook te degraderen. Om het maximaal potentieel van deze techniek te benutten bleek een doeltreffende voorbehandeling (in dit geval O3/H2O2) cruciaal. Hierbij werden interfererende matrixcomponenten uit het industrieel afvalwater verwijderd voor behandeling met AR-techniek. Zonder voorbehandeling werden slechts efficiënties van 23-25% (factor vier verschil) bereikt voor de onderzochte PFCAs. Electrocoagulatie-flotatie is als individuele techniek niet in staat om korte keten componenten (<5% verwijdering) te verwijderen, maar de efficiëntie neemt toe met de ketenlengte. Voor lange ketens (vanaf C6-7) behaalt deze techniek verwijderingsefficiënties van minimaal 56 tot 93% (uitgez. voor PFHpA). Granulair actief kool en ionenwisselingsharsen bleken in staat om zowel korte- als lange keten PFAS te verwijderen. Beide technieken vertonen hierbij een verhoogde affiniteit voor PFSAs ten opzichte van PFCAs. In het geval van omgekeerde osmose werd een PFAS-vrij permeaat verkregen voor zowel korte- als lange keten PFAS. De kortste geanalyseerde ketens (C4) werden echter in aanzienlijk hogere concentraties (ten opzichte van het influent) gemeten in het verkregen permeaat na nanofiltratie. Naast het bekomen van een concentraatstroom van een gereduceerd volume werden de PFAS componenten hierin opgeconcentreerd. Een nageschakelde techniek ter behandeling van dit concentraat is noodzakelijk om de componenten effectief te verwijderen. Binnen het project werd UV/SO3+I hiervoor als voornaamste optie voorgesteld. Een eerste screening leverde verwijderingsefficiënties van 23-28 % voor de PFCA componenten (zonder verdere optimalisatie) op. Voor PFBS bleef de efficiëntie <10%.
Impactnarratieven ( 0 )
Octrooien ( 0 )