-
Humanities and the arts
- Philosophy of technology
- Design practice
- Design research
- Architectural practice
- Architectural history and theory
- Architectural design history and theory
-
Social sciences
- Sociology and social studies of science and technology
-
Engineering and technology
- Structural design
- Architectural sciences and technology
- Structural engineering
WAT ONTWERPDOCUMENTEN (KUNNEN) DOEN
Machtsverhoudingen en kennisbemiddeling door middel van ontwerpdocumenten in ontwerpprocessen voor gebouwen.
Dit doctoraatsproject onderzoekt de rol en werking van ontwerpdocumenten in de contingente realiteit van de bouwpraktijk. Ontwerpdocumenten zijn sociaal-technische instrumenten door middel van dewelke een bouwproject wordt ontwikkeld en zijn daarom van fundamenteel belang in een ontwerpproces, maar worden zelden als zodanig behandeld in de academische wereld.
Het doctoraatsonderzoek blijft dicht bij de praktijk en kijkt naar de backoffice van de concrete ontwerpproductie. Het heeft tot doel de onrust en de onzekerheden van een project in ontwikkeling te begrijpen en inzichtelijk te maken, voorbij de klassieke, gepolijste narratieven in het discours. Dit maakt het mogelijk om impliciete dimensies van kennisproductie en onderhandeling in een ontwerpcontext te duiden, evenals het praktische gebruik van theorie en gestandaardiseerde documenten. Het project graaft diep in drie ontwerpprocessen van voltooide bouwprojecten in Vlaanderen tussen 2010 en 2020, in de eerste plaats op basis van archieven van ontwerpdocumenten van de betrokken architecten en stabiliteitsingenieurs. Telkens staat de ontwikkeling van de structuur centraal, om de disciplinaire complexiteit die inherent is aan het ontwerpen van gebouwen te introduceren en de auteursfocus op de architect definitief los te laten.
Het ontwerpproces wordt benaderd vanuit een epistemisch perspectief en wordt gezien als een proces waarin kennis over het toekomstige project wordt gegenereerd, door ideeën voortdurend te concretiseren, te verifiëren, te communiceren en te consolideren. Deze activiteiten worden gematerialiseerd in ‘ontwerpdocumenten’ – schetsen, plannen, rekenmodellen, meetstaten enzomeer. Die ontwerpdocumenten zijn meer dan de materiële overblijfselen van het proces of bijproducten van een cognitieve activiteit. De set van de meest recente documenten is op dat moment in het ontwerpproces de meest concrete versie van het project en is zo het referentiepunt voor verdere ontwikkeling. Ze zijn fundamenteel om een ontwerp te kunnen ontwikkelen.
Het belangrijkste uitgangspunt van het onderzoek is dat deze documenten niet louter instrumenteel zijn. Ze verdelen zeggenschap, structureren het ontwerpdenken en verankeren impliciete en ingebedde kennis. “De cascade van ideeën op papier (...) is noodzakelijkerwijs ook een centrum van macht – de plaats van controle en onderhandeling.” (Henderson, 1994) Vooral in complexe processen, waarin de integratie van kennis uit meerdere disciplines vereist is, bemiddelen documenten deze kennis en fungeren ze als kenniscontainers, poortwachters, zwarte dozen en facilitators. Ten tweede zijn al deze soorten ‘documenten’ sterk vooraf gedefinieerd, hebben ze hun eigen geschiedenis en epistemische context en dragen ze culturele aannames met zich mee. Daarom onderzoekt het project de rol en werking van ontwerpdocumenten. Het onderzoekt hoe kennis in een ontwerpproject terechtkomt, hoe ze wordt toegepast, geverifieerd, onderhandeld en gestabiliseerd.
Vier specifieke sets ontwerpdocumenten, die elk op een andere manier kennis overbrengen, worden geselecteerd uit gedetailleerde procesreconstructies en vervolgens grondig onderzocht. De subversieve inzet van een afbeelding van een EEM-model in de context van een ontwerpwedstrijd, het gebruik, de rol en de evolutie van een diagram, de veranderende formaten van een meetstaat en verschillende benaderingen van een parameter in een formule worden ontrafeld in hun specifieke context en op cruciale momenten in de respectieve ontwerpprocessen.
Deze documenten zijn alledaags en lijken eenvoudig en ondubbelzinnig. Het onderzoek illustreert echter hoe ze het ontwerpproces actief vormgeven door op ingenieuze wijze de enorme heterogene hoeveelheid kennis die in bouwprojecten samenkomt, te bemiddelen en te transformeren. Het onderzoek bouwt voort op theoretische kaders uit de Science and Technology Studies en Design Studies. Tegelijk is het door zijn basis in de bouwpraktijk verankerd in de architectuurtheorie. Door inzicht te verschaffen in de realiteit van de praktijk, daagt het onderzoek hardnekkige narratieven uit, herdefinieert het disciplinaire grenzen en bevordert het kritisch denken en cultureel bewustzijn over wat ontwerpen in een bouwcontext inhoudt. Dit kan leiden tot effectiever teamwerk en meer flexibiliteit om te reageren op de huidige maatschappelijke uitdagingen in de bouwsector