Acroniem
VOFIKO
Code
3179Q09120
Looptijd
01-01-2021 → 31-12-2024
Financiering
Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO)
Promotor-woordvoerder
Onderzoeksdisciplines
-
Medical and health sciences
- Other medical and health sciences not elsewhere classified
Trefwoorden
Knie Ostheoartritis
vasculaire occlusie
Projectomschrijving
Totale knie arthroplastie (TKA) is een van de meest uitgevoerde orthopedische operaties met gemiddeld 26 000 ingrepen per jaar in België. Na een TKA ingreep wordt intensieve kinesitherapie voorgeschreven om de patiënt naar een pijnvrije en actieve levensstijl te begeleiden. Desondanks tonen studies aan dat nagenoeg 30% van de TKA patiënten chronische pijnklachten en functionele problemen ervaren, wat een negatief effect heeft op hun actieve levensstijl en levenskwaliteit. Het standaard kinesitherapie protocol (SKP) is gericht op het perifere bewegingsstelsel (spieren e.d.) om de patiënt te revalideren. Onderzoek toont echter aan dat pathologie en chirurgische ingrepen een groter effect op het centrale besturingssysteem (corticaal en corticospinaal) ressorteren. Daarom werd de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar het effect van “corticale training” op het herstelproces van patiënten; de zogenoemde motorische inbeeldingstraining (MI). Tijdens deze MI training wordt aan de patiënt gevraagd om naar een beweging te kijken en vervolgens deze in gedachten te herhalen en goed “te voelen” hoe de beweging verloopt. Onderzoek bij o.a. TKA toonde reeds aan dat het toevoegen van MI training aan het SKP leidt tot hogere kracht- en functiewinst, met een significante reductie in het aantal vallen tot gevolg. Echter, deze MI training is tot op heden nog niet geïmplementeerd in het SKP wegens gebrek aan kennis hierover en het ontbreken van eenvoudige gebruiksrichtlijnen voor implementatie. Het doel van dit project is om via een RCT het gebruik van MI bij TKA patiënten te bekrachtigen, alsook praktische gebruiksrichtlijnen uit te werken die een makkelijke implementatie van MI binnen de postoperatieve revalidatie mogelijk moeten maken. Dit zal niet enkel tot gevolg hebben dat er betere resultaten na TKA zullen optreden, maar bovendien dat minder kinesitherapiesessies en minder secundaire operatieve ingrepen zullen nodig zijn, wat een belangrijke kostenreductie met zich meebrengt.